Stikstof in de recreatiebranche: geen beleid, groeiende impact
De stikstofproblematiek is al jaren onderwerp van gesprek, maar de impact ervan wordt in de recreatiebranche nu pas echt voelbaar. Niet omdat de recreatiebranche zoveel uitstoot, maar omdat er geen duidelijke regels zijn. Dit zorgt voor onzekerheid, stilstand en frustratie bij ondernemers die willen bouwen aan een toekomstbestendig bedrijf.
Geen ruimte zonder stikstofruimte
In veel gevallen, ook voor recreatieondernemers, bood de voortoets jarenlang de oplossing voor een ontwikkeling. De voortoets bestond uit een logische rekensom: wat is de uitstoot van de oude situatie en wat wordt de uitstoot van de nieuwe? Zolang dat laatste lager was, kon een plan doorgang vinden.
Sinds de uitspraak van 18 december 2024 is die mogelijkheid komen te vervallen. Intern salderen op basis van de voortoets is nu niet langer toegestaan. Voor iedere aanpassing aan het bedrijf (uitbreiding van het terrein of de bouw van een gebouw) is nu een natuurvergunning nodig.
Een groot probleem voor de recreatiebranche is dat veel bedrijven nooit een natuurvergunning hebben gehad. In de jaren waarin Natura 2000-gebieden zijn aangewezen (1994–2013), werkten recreatiebedrijven legaal op basis van het bestemmingsplan en de voortoets, zonder een natuurvergunning. Het tij is door nieuwe regelgeving gekeerd.
Op basis van deze uitspraak ontstaan een aantal potentiële risico's voor de recreatiebranche:
1. Ongebruikte ruimte vervalt
Ongebruikte mogelijkheden uit het bestemmings- of omgevingsplan zijn niet langer leidend. Natuurwetgeving en de huidige situatie is hierin leidend. Wat ooit op papier mocht, maar wat je tot op heden nog niet gebruikt hebt, kan dus in de praktijk onhaalbaar zijn.
2. Discussie door verschil in uitgangspunten.
Wil je nu dus gaan ontwikkelen heb je een natuurvergunning nodig. En deze vergunning krijg je alleen door data. Zelfs als je stikstofruimte binnen je eigen bedrijf wilt herverdelen, moet je kunnen aantonen dat dit extra ruimte oplevert voor natuurherstel.
Maar om het verschil zichtbaar te maken tussen de oude en nieuwe situatie, moet je een vergelijking maken. Eigenlijk de oude en nieuwe situatie in kaart brengen, bijvoorbeeld op basis van uitstoot van de gebouwen, het verkeer, de kampeerplaatsen en de accommodaties. En met name in die laatste beide aspecten zit het probleem. We zien bij de verschillende adviesbureaus, die dit soort berekeningen maken en bij de provincies, die dit beoordelen, grote verschillen in hoe men tegen deze onderdelen aankijkt. Dus door het ontbreken van duidelijke richtlijnen ontstaat willekeur. En dat kan in de toekomst verstrekkende gevolgen hebben.

Additionaliteitstoets
Met het afwijzen van het intern salderen op basis van de voortoets, is in veel meer gevallen een natuurvergunning nodig. Bij de aanvraag van een Natuurvergunning wordt automatisch ook getoetst of het betreffende Natura 2000-gebied nog extra stikstof aankan. Dit noemt men de Additionaliteitstoets. Op basis van deze toets kan vanuit de provincie worden geëist dat een bepaald percentage wordt afgeroomd. Dus we leveren 100 delen stikstof in en daarvan kunnen we maar een bepaald percentage gebruiken voor de nieuwe ontwikkeling.
Dit is in principe niet nieuw. Het werd ook al gebruikt wanneer men stikstofrechten kocht van een perceel in de omgeving. Maar nu intern salderen op basis van de voortoets niet meer mogelijk is, en voor intern salderen nu ook een natuurvergunning noodzakelijk is, geldt de Additionaliteitstoets ook voor het intern salderen. En dat heeft effect op je mogelijkheden.
Stikstofruimte onder druk
Bovenop de gerechtelijke uitspraak van 18 december 2024 kwam de uitspraak van januari 2025. Hierin werd geëist dat de overheid haar eigen wettelijk bepaalde beleid gaat handhaven. Deze uitspraak heeft 2 gevolgen gehad:
- Afromingspercentage vanuit de Additionaliteitstoets wordt verder onder de loep genomen. En mogelijk nog strenger. De provincie Gelderland heeft het al over 70% afromen. Dit kan grote gevolgen hebben voor de mogelijkheden van een recreatiebedrijf.
- Provincies nemen op dit moment geen of nauwelijks natuurvergunningen in behandeling. Dit in afwachting van rijksbeleid.
Rijksbeleid is in de maak
In februari 2025 is een ministeriële commissie Economie en Natuurherstel in het leven geroepen. Op 25 april hebben zij een kamerbrief opgesteld met een actieplan om Nederland weer van het stikstofslot te krijgen.
Dit actieplan is besproken in de tweede kamer en uitgebreid bediscussieerd. Het is nog lang geen beleid of wet, maar het biedt wel al een aantal aanknopingspunten en denkrichtingen:
- Voor bepaalde tijdelijke activiteiten, zoals evenementen of bouwprojecten met een looptijd van maximaal 18 maanden, komt waarschijnlijk een vrijstelling van de vergunningplicht. Deze regeling wordt uitgewerkt in een spoedwet, die op korte termijn duidelijkheid moet bieden. Belangrijk detail: deze vrijstelling geldt waarschijnlijk niet voor uitbreidingen of herstructureringen van een recreatiebedrijf, waarbij de uitstoot toeneemt.
- Er wordt gewerkt aan een nieuwe rekenmethodiek, waarbij de bepaling niet meer uit zal gaan van de neerslag (depositie) van stikstof op Natura 2000, maar zal uitgaan van de uitstoot (emissie) van stikstof. Dit maakt het aan de ene kant eenvoudiger, maar kan op meer gebieden in Nederland betrekkingen hebben, die nu nog nauwelijks met stikstof te maken hadden.
- Op Europees niveau wordt gezocht naar verruiming van regelgeving. Maar tot die tijd blijft de uitvoering in Nederland versnipperd.
Let op: Het is nog geen beleid. Het idee is dat een spoedwet wordt opgesteld, zodat een groot deel van Nederland aan de slag kan. Maar de val van het kabinet zal dit proces niet versnellen en voor de korte termijn onzeker houden.

Van wantrouwen naar strategie
Er is op dit moment dus geen helder stikstofbeleid. En juist dat zorgt voor een kettingreactie aan stagnatie: vergunningen worden niet in behandeling genomen, plannen liggen stil en investeringen worden uitgesteld. Je kunt deze situatie het beste vergelijken met een infarct. Alles stopt en er is geen directe oplossing.
Toch zijn er stappen te zetten. Niet met paniek of reactief handelen, maar juist met strategisch vooruitkijken. Want wie vanaf nu zijn referentiesituatie goed vastlegt, voorkomt in de toekomst vertraging. En wie al vroeg nadenkt over stikstofruimte, energieverbruik en landschappelijke impact, voorkomt dat ontwikkeling definitief wordt geblokkeerd en juist sneller akkoord krijgen.
Integraal denken is geen luxe meer
Wat nu nodig is, is visie. Een integrale benadering waarin stikstof, energie, water en natuur samen worden bekeken. Niet om de complexiteit nog groter te maken, maar om regie te houden over wat wel kan. De toekomst vraagt om strategie en een stip op de horizon.
Dat begint met het maken van keuzes:
- Waar wil ik met mijn bedrijf over tien jaar staan?
- Wat heb ik daarvoor aan ruimte, vergunningen en infrastructuur nodig?
- Hoe leg ik de juiste basis om straks verder te kunnen?
En juist met die stip op de horizon kunnen de adviseurs van FACET helpen. Niet alleen op het moment van ontwikkelingen nadenken, maar juist nu, nu het nog kan. Meer weten over hoe je jouw stikstofpositie in kaart brengt en toekomstgericht kunt blijven ontwikkelen? De adviseurs van FACET denken graag met je mee.









